|
Een Japanse tuin hoeft niet groot te zijn.
Integendeel zelfs.
De Japanner probeerde op een
klein stukje grond het beeld van de
omliggende natuur zo nauwkeurig mogelijk in het
klein na te bootsen.
Zo zijn ook de bonsai een
verkleinde kopie van bomen uit de natuur.
Alles in de tuin heeft een symbolische functie.
In onze westerse tuinen kunnen we heel goed een
echte Japanse tuin nabootsen.
Onze tuin is
met een oppervlakte van 100 m² dus ook relatief
klein en valt onder de soort:
Kaiyu
- shiki - teien
wat een
parkachtige landschapstuin betekend.
|
Hieronder staan
voorbeelden van planten die bij ons in de tuin staan
en
geschikt zijn als beplanting in een Japanse tuin.

De vallende bladeren van de Japanse sierkers kleuren
prachtig bij het zuiver groen van het mostapijt.

De
sierkers
(Prunus)
kent vele variaties. In mijn tuin staat de
Serrulata 'kanzan' (3 stammig), die bloeit
met volle roze bloemen in de periode april-mei.
Een klein nadeel van de bloei is de tijd dat de
bloemblaadjes vallen. Dit duurt ongeveer één tot twee
weken en dan is je tuin werkelijk helemaal bedekt met de
gevallen blaadjes. In een droge periode verschrompelen
ze heel snel, maar als het regent blijven ze wel heel
erg lang liggen.
Hij groeit vrij snel en wordt als boom of meerstammige
struik ongeveer 10 meter hoog. De bladeren zijn groen en
in de herfst verkleuren ze prachtig geel.

De in de nazomer (juli
tot ver in de herfst bloeiende)
Hibiscus syriacus 'Hamabo'
is een sterke
bladverliezende heester en is goed winterhard. De
struik wordt zo'n drie meter hoog. Hij bloeit op nieuw
hout en kan dus in maart-april gesnoeid worden als hij
te hoog wordt.
De bladeren verschijnen laat in het voorjaar. Rechts: het
vruchtdoosje met zaden in de winter.


De
Japanse
Iris (Iris Ensata)
is een donkerblauw bloeiende waterplant die niet in een
Oosterse tuin mag ontbreken.
De plant kan 50 tot 75 centimeter hoog worden en kan tot
20 centimeter diep in de vijver staan.Bij ons staat hij 'gewoon' in de volle grond aan de rand
van de vijver.
De bloei is meestal in april-mei en het nadeel van de
bloeiwijze is dat dit maar van (te) korte duur is.
Midden en rechts de vruchtdozen die na de bloei
verschijnen.


Japanse orchidee
(Bletilla striata) is zowel een tuinplant,
kamerplant als oeverplant voor de vijver die
winterbescherming behoeft. Een plant voor zure, vochtige
humusrijke en voedzame grond die roodpaarse bloemen aan
lange stengels vormt. Het lange, irisachtige blad
vertoont duidelijke nerfstrepen. Dit is een zogenaamde
aardorchidee die dus echt zijn voedsel via wortels uit
de grond haalt en die wortels niet alleen als
aanhechtorganen gebruikt.
Deze Japanse orchidee is een charmante verschijning. In
het voorjaar lopen de knollen uit met vele brede,
zachte, geplooide en gebogen bladeren tot 45 cm lang.
Tegen het eind van het voorjaar en het begin van de
zomer verschijnen de 30 tot 40 cm lange bloemstengels
met fel gekleurde paars-rode bloemen met die typische
orchideevorm. De lip van de bloem heeft een donkerder
paarsroze rand en is met wit gemarkeerd. Deze orchidee
houdt van veel licht maar niet van de volle zon. Geef ze
een plaats in de halfschaduw met een goede humusrijke
tuingrond. Vooral een vochtige grond in het voorjaar en
de zomer is belangrijk. Bij ons staat de plant tussen de
Japanse Irissen.
 Herfstanemoon (Anemone du Japon) (wit
en paars).
Bloeit vanaf juli/augustus tot laat in de herfst.
Deze planten hebben een kruipende wortelstok, maar wat
woekering betreft zijn ze zeer goed beheersbaar.
Persoonlijk vindt ik de witbloeiende mooier, maar in
principe horen beiden thuis in een Japanse tuin.



Blauwe
regen
(Wisteria Sinensis).
De Wisteria
staat bij ons achter de poort en wordt via deze, en door
een rek van
bamboestokken, langs de berging en garage geleidt.
De Wisteria Sinenis rankt van links naar rechts (dus
tegen de klok in).
De Wisteria is een agressieve groeier en moet na de
winter flink worden teruggesnoeid.
Hij kan acht tot tien meter lang worden.
Pas op dat de nieuwe uitlopers niet achter de daktrim
van uw platte dak groeien, want binnen enkele weken kan
deze dan losgewrikt worden.
Ook kunnen regenpijpen volledig in elkaar gedrukt
worden.
Toch
mag deze prachtige bloeier niet ontbreken in uw tuin.
Soms bloeit deze plant de hele zomer door. De eerste
keer in mei zeer vol met grote bloemen, maar weinig
blad. De zomermaanden erna zijn er meer bladeren maar
minder bloemen, zoals te zien is op onderstaande foto's
die genomen zijn op 18 augustus 2009.
|
Een gedicht in de
klassieke
Japanse dichtvorm
(Haiku)
bomen
verliezen
hun bladeren, ze ruisen
zich kaal in de wind
|
onder: v.l.n.r. Wisteria, Larix (geknipt als
tuinbonsai), Bamboe, Hibiscus.




Bieslelie
(Sisyrinchium
angustifolium)
Dit plantje staat graag op een zonnige plaats en heeft
als Nederlandse naam; bieslelie, vanwege zijn smalle
spitstoelopende blad. Toch staat de plant niet graag in
vochtige grond ook al doet de Nederlandse naam dit wel
vermoeden. Hij heeft dus zeer fijne
lis-achtige blaadjes met daartussen de bloemstengels
waarop aan de bovenzijde een klein blauw bloempje
verschijnt.
In het midden van de bloem heeft hij een geel hartje. Gepland in een groep komt hij mooi uit. Bloeit
vanaf mei.

 Ballonklokje
(Platycodon grandiflorus)
Van oorsprong komt de "Balloonflower" uit Japan.
De bloei is in juni - augustus.
De plant wordt twintig tot veertig centimeter hoog.
Sterft in de winter bovengronds af. Dus in de herfst een
stokje bij de plant zetten, zodat u de kluit niet per
ongeluk omspit of verwijderd als hij bovengronds
nog niet is uitgelopen.
De Nederlandse naam is ballonklokje en dankt zijn naam
aan de opgeblazen bloemknop voordat deze opengaat.
De bloemen zijn vijf tot acht centimeter groot.
Ook deze plant hoort in principe thuis in elke Japanse
tuin.
De bladen zijn groen, maar het lijkt of er een blauwe
waas overheen hangt.

Een
prachtige voorjaarsbloeier (vanaf begin april) is de
Japanse roos
(Camellia
Japonica)
De Camellia is wintergroen (behoudt het blad in de
winter), maar niet volkomen winterhard.
Geef hem daarom een beschut plekje in uw tuin.
Bijvoorbeeld aan de zuidkant van uw woning.



 Moerasaronskelk
(Lysichiton
camtschatcensis)
In het voorjaar verschijnen de
grote, aronskelkachtige bloemen. In het prille voorjaar,
met nog maar weinig groen zichtbaar, zijn deze bloemen
een uiterst spectaculaire verschijning te noemen. Later
als de bloemen
zijn uitgebloeid, verschijnen de bladeren, die tot
reusachtige grootte kunnen uitgroeien. De langwerpige
bladeren, die een typische licht- tot blauwgroene kleur
hebben, kunnen tot wel één meter uitgroeien.

Op de foto rechts
staat de plant (inmiddels uitgebloeid) links aan de
waterkant. Ook de vrucht (foto rechtsboven) van deze plant is een
schitterende verschijning. De moerasaronskelk komt van
oorsprong uit Japan en is in ons klimaat volkomen
winterhard.
Hieronder
zijn overzichtsfoto's te zien van mijn tuin. Daarna laat
ik weer wat detailfoto's zien van de beplanting.




Padden- of padlelie
(Tricyrtis Formosana)
De paddenlelie 'Tricyrtis'
komt van oorsprong uit de vochtige bossen van Japan en
houdt dus van veel vocht en weinig zon.
De plant groeit met korte, kruipende rhizomen (of
wortelstokken) en vormt een pol. Het geslacht
behoort tot de lelieachtigen. Een paddenlelie groeit met
opgaande groene stengels, die zich bovenin vertakken. De
bladeren zijn spits, langwerpig en hebben diepliggende
nerven en een hartvormige, stengelomvattende voet.
De bloemen verschijnen in september-oktober in de oksels
van de bovenste bladeren. De plant kan tegen enkele
graden vorst, maar moet in de winter (als er geen
sneeuwdek ligt) afgedekt worden. Een standplaats onder
een boom kan hierbij ook een hulp zijn.
Een
"must" voor de Oosterse tuin is de
Viburnum.
De meeste in Nederland gekweekte Viburnum's
zijn struiken. De witte of roze bloemen verschijnen in ronde of
vlakke trossen.
Sommigen bloeien in mei en september. Viburnum kent heel veel verschillende soorten.
Bij ons staan 4 soorten in de tuin: de plicatum,
de davidii, de
tinus 'Gwenllian' en de
bodnatense
'Dawn'.
Stuk voor stuk struiken die prachtig bloeien en gemakkelijk te
snoeien zijn.
De Viburnum davidii is een groenblijvende plant,
die niet hoger wordt dan ca. 20 cm.
Wel groeit deze soort sterk in de breedte.
Een enkele plant kan wel 110 cm breed worden. Geschikt dus als
grote bodembedekker of voor randen of groepsbeplanting. De
tinus is een groenblijvende soort,
bloeit van de late herfst tot de vroege lente. De bloem en
vrucht zijn hierdoor tegelijkertijd zichtbaar. Deze struik heeft
in onze streken wel een beschutte standplaats nodig.
v



Aan de rand van de vijver staat
sinds de inrichting van onze tuin een pracht
exemplaar van een
edelspar. Deze boom, die in
gunstige situaties wel 60 meter hoog kan worden,
komt van oorsprong niet uit Japan maar uit de
Noord-Amerikaanse gebergten. Om deze Abies
procera toch een plaats te laten
behouden in onze Japanse tuin heb ik hem in het
voorjaar van 2005 gevormd als tuinbonsai.



Bomen, heesters en planten
hebben in het Boeddhisme een symbolische betekenis.
Bamboe
(links naast het
wachthuisje)
voor standvastigheid, trouw en kracht.
Samen met de
Pijnboom
(geheel rechts)
en
de bloeiende
Sierkers
(foto links)
vormt deze plant een drie-eenheid die een lang leven
symboliseert. De witbloeiende struik is een
Viburnum.
Deze drie planten
stellen in het boeddhisme dus een heel lang leven
voor.
Voor ons als 'Westerling' gaan deze betekenissen
wat te ver. Maar wees gerust, planten, elementen en ornamenten kunnen ook
gewoon om de mooie en fraaie vorm of kleur in uw
Oosterse tuin worden geplaatst.
Spierstruik
(Spiraea
Japonica)
Spiraea telt ook vele soorten, die naargelang de soort
op een ander tijdstip bloeien. Het zijn bladverliezende
struiken, die goed gedijen op niet te natte grond. Wel
houden ze van zon. De meeste soorten moeten minstens om
het jaar volledig tot tegen de grond toe worden
gesnoeid.
De 'Japonica'
hoeft echter alleen maar bijgeknipt te worden. Dit
kan van april tot eind oktober. Deze soort wordt
maximaal 50 cm hoog.

.
.

Triteleia Ipheion uniflorum
is een prachtige voorjaarsbloeier voor
jarenlang tuinplezier. Een klein nadeel is dat de
langere bladeren heel snel lelijk worden. Daarom kunnen
deze bolplantjes het beste geplant worden tussen de
stenen, het mos of andere bodembedekkers. De bloemen
hebben een grappige stervorm en verspreiden een
heerlijke geur. Ze willen wel graag met rust gelaten
worden.
Hieronder ziet u enkele 'bewoners' van onze tuin.



Klik hier
om meer
foto's te zien van vogels.
 |
De
Japanse esdoorn of
Acer palmatum
→
is afkomstig uit Japan, Korea en China en in de
19e eeuw ingevoerd in Europa. Dankzij hun gracieuze vorm,
sierlijke bladeren, rijkdom aan kleur (vooral in de lente en de
herfst), behoren de Japanse esdoorns tot de meest opvallende
heesters.
In Japanse tuinen zijn deze een van de meest
aangeplante struiken of kleine bomen.
De honderden
cultuur-variëteiten vertonen soms slechts minieme verschillen. |
Japanse
notenboom
(Ginkgo biloba)
 De Ginkgo is, evenals de
Metasequoia, de oudste
boom op aarde van wie men dacht dat deze uitgestorven was.
Echter ontdekte de Duitser
Engelbert Kaempfer in
1691 dat de boom nog leefde in Japan en wordt zodanig gezien als
een 'levend fossiel'. Boeddhistische monniken kweekten de
Ginkgo vanaf 1200 als offerboom in de tempeltuinen. Het
oudste exemplaar welke buiten Japan voorkomt staat in Utrecht.
In 1782 bezocht een zekere J.F. Ehrhart de Hortus Botanicus in
Utrecht en maakte melding dat daar een Ginkgo stond van ongeveer
3-4 meter hoog. Aangezien een Ginkgo een trage groeier is was de
boom toen ongeveer 20 jaar oud. Dus het oudste nog levende
exemplaar buiten Japan is in Nederland aangeplant in het midden
van de 18e eeuw.
Ook al is uw Japanse tuin nog zo klein, de Ginkgo behoort
zeker aangeplant te worden.
Geheel links de boom in het voorjaar.
Daarnaast de boom in herfstkleuren.
In Japan is hij als eendenpootboom bekend vanwege de vorm van zijn
bladeren. In Nederland noemen we hem de Japanse
notenboom.

 
Eén van de mooiste bloeiende bomen in onze tuin is de
Kornoelje (Cornus
Kousa).
Prachtige witte bloemblaadjes, of eigenlijk zijn het
schutbladen, omringen een klein groengeel
bloemhoofdje die later een groen besje vormt en in het najaar
prachtig rood kleurt.
Helaas zijn de besjes geen lang 'leven'
gegund, want binnen afzienbare tijd zijn ze opgepeuzeld door de merels.
Ook in herfsttooi zijn de bladeren
van deze bladverliezer het aanzien zeker waard.


De
Nederlandse naam is: KORNOELJE, maar wordt in de volksmond ook wel
aardbeiboom genoemd, vanwege zijn vruchten.De
boom geeft
de voorkeur aan een zonnige standplaats op zure, zanderige
grond.

foto boven: Jonge vink in de Cornus Kousa (juni 2009)
  Een
bijzonder laag blijvende kornoelje is de
Cornus
canadensis.
Deze kruipende soort wordt niet hoger dan 20 centimeter.
De plant is
inheems in Noord-Amerika.
De bladeren zijn opvallend mooi van
vorm en frisgroen van kleur.
Zoals bij bijna alle kornoeljes
zijn in het blad de licht gebogen nerven goed zichtbaar.
Het is
een prima bodembedekkende
plant voor een humusrijke en wat vochtige bodem.
Een plaats in
de halfschaduw is zonder meer nodig om een mooi dek over de
grond te krijgen.
De bloemen zijn groenwit van kleur en
verschijnen in mei - juni. Het vruchtbeginsel ligt in het
centrum van de omgevende vier bloembladen. In augustus -
september verkleuren de oranje bessen naar felrood. De tros
bestaat uit 4 - 7 langwerpig ronde bessen.
 De
Hemelse bamboe
(Nandina
domestica) lijkt op
het eerste gezicht wel op een bamboe, maar de vorm is ook de
enigste vergelijking, want woekeren doet deze plant absoluut niet. Ook kan de Nandina domestica gemakkelijk gesnoeid worden.
Oude scheuten kunnen in zijn geheel worden weggenomen.
De
blaadjes zitten aan steeltjes die erg lang zijn en dus wel iets
weg hebben van bamboe.
Links: opname in het voorjaar.
Rechts en onder: opnames in de winter.
Hij kan in de volle grond meer dan
twee meter hoog worden, maar door te snoeien
kan de Nandina klein worden gehouden. In het begin van de zomer verschijnen witte bloempjes, die in
de zomer / najaar rode bessen voortbrengen.
Geef deze heester, die in de winter grotendeels groen blijft, in
een strenge winter extra bescherming. Bedek het onderste deel
van de plant, eventueel met een deken. Met name de wortels zijn
zeer gevoelig voor overmatige vorst.
 
Slangebaard
(Ophiopogon
planiscapus 'Nigra')
Een
prachtige leliesoort met bijna zwarte bladeren. Bloei: juni.
Deze plant vermeerdert zich erg snel, maar de overtollige
nieuwe scheuten kunt u gemakkelijk wegnemen en
eventueel op een andere plek in uw tuin planten.
 Ook
bamboe
hoort thuis in een Japanse tuin al is het wel op
een bescheiden manier, dus niet te veel.
Alhoewel bamboe geen waterplant is, associëren we deze
plant toch vaak bij water. En mits u de goede soort
kiest die past bij uw vijver qua hoogte, breedte, kleur
en soort vijver dan heeft u een blikvanger die het hele
jaar en vele achtereen plezier en sfeer geeft.
Pas wel op met de zogenaamde wandelende exemplaren die
met zijn zeer scherpe ondergrondse uitlopers uw
folievijver kan lekprikken, of uw hele tuin
kan
overwoekeren. Op de foto links ziet u zo'n
uitgegraven uitloper met een diameterdikte van 2 cm.
Laat u dus bij de aanschaf van bamboe goed adviseren
door uw leverancier, maar ga er vanuit dat in principe
de meeste bamboeplanten ondergronds en dus onzichtbaar
een puinhoop in uw tuin kunnen aanrichten. Plant daarom
de bamboe in een speciekuip (zonder bodem) of metsel
rondom de kluit een stenenbak waaruit hij niet kan
ontsnappen.
Toch wil en kan de bamboe ook hieruit
makkelijk vanaf de bovenkant ontsnappen, dus houdt hem
goed in de gaten en knip direct de uitlopers met een
snoeischaar af.

Een
plant die ook zeker in de Japanse tuin hoort te staan is
de
Azalea,
Rhododendron.
Er zijn inmiddels al
vele duizenden soorten en velen daarvan vallen onder de
categorie Japanse Azalea's.
Op de foto's (l+r)
staat de Japanse Azalea 'Blaue Donau' prachtig in bloei
langs de waterkant.

Boven: de groenblijvende en winterharde Azalea
Japonica 'Apotheose'.
Azalea Japonica 'Vuyk's Scarlet'. Rhododendron
'Chikor'

Azalea (Jap) 'Geisha Red'
(boven)
Rhododendron 'Arends-Hybride
(onder)

Een
plant die de laatste tijd heel veel in populariteit is
gestegen is de
Hosta
(Asparagaceae).
De Japanse naam is 'Giboshi'.
Het is een mooie bloeier met witte, lila of
purpergekleurde bloemen op meestal lange stelen. Ook de
bladeren van deze 'makkelijke' plant zijn het aanzien
waard, maar deze zijn ook een lekkernij voor
vraatzuchtige slakken. Hoe vaak komt het niet voor dat
men 's avonds nog volop van de plant heeft kunnen
genieten en de volgende morgen, tot ieders ergernis, de
bladeren vol zitten met grote gaten. Er zijn
verschillende mogelijkheden om de slakken te weren, maar
sinds kort spuit ik de bladeren in met bladglans en dat
bevalt me tot nu toe het beste. Sindsdien heb ik geen
last meer van gaten in het blad en bovendien geeft het
een prachtige natuurlijke en stofvrije glans. Hosta's
met bonte bladeren horen in principe niet thuis in een Japanse
tuin.


Hieronder staan nog enkele planten die
eigenlijk niet specifiek bestemd zijn als aanplant in
een Japanse tuin.
Maar doordat ze zeldzaam zijn en de bloeiwijze vaak een
schitterende schoonheid bezit, zijn ze blijven staan
toen ik mijn tuin acht jaar geleden veranderde in een
Oosterse tuin.

Klokjesgentiaan
(Gentiana pneumonanthe).
De plant
wordt 15-60 cm hoog.
De bladeren
zijn niet breder dan 1 cm en lancetvormig.
Ze hebben één tot drie nerven.
De rand van het blad is meestal
iets omgerold.
Het onderste blad is niet tot een lange schacht
vergroeid.
De klokjesgentiaan bloeit van juli tot september met
alleenstaande of twee bij elkaar zittende, donkerhemelsblauwe,
4-5 cm lange bloemen.
De plant komt voor in blauwgrasland, tussen kort gras, heide en
veenmoerassen op natte zure grond.
De klokjesgentiaan is de waardplant (gastheer) van het Gentiaanblauwtje
(vlinder).
Na de paring legt het vrouwtje van het gentiaanblauwtje haar
eitjes meestal op de bijna volgroeide, maar nog gesloten
bloemknoppen van klokjesgentiaan. Gemiddeld worden zeven eitjes
per bloemknop afgezet, waarvan slechts twee tot drie rupsen
uitkomen. Na tien dagen kruipt een rupsje uit
het eitje en eet deze zich een weg naar de zachte bloemdelen in
het binnenste van de bloem. Na weer tien dagen kruipt het naar
buiten en laat zich op de grond vallen. Hier is het geduldig
wachten geblazen op een bossteekmier. Deze nemen de rups mee
naar hun nest. De rups scheidt een
stof af die precies overeenkomt met dat van larven van de
mierensoort. De mieren beschermen
en voeden de rups met mierenlarven en –eitjes, maar ook met
prooien van de mieren. In begin van de volgende zomer verpopt
het zich en na drie weken komen de eerste vlinders
uit de pop en verlaten zo snel mogelijk het mierennest waarna
bovenstaand verhaal zich herhaalt.
 Ook
de inheemse
Bos-anemoon (Anemone Nemorosa) misstaat niet in een Oosterse tuin.
Het is
een lage vaste plant met drie bladeren en witte bloemen.
De plant kan 10-25 cm hoog worden.
Er zijn zes
bloemdekbladen, die ook wat paars-rood aangelopen kunnen
zijn.
De bloemdekbladen zijn gekleurde kelkbladen en
behaard , de kroonbladen ontbreken.
De bloemen staan
alleen. De plant bloeit van maart tot en met mei.

Waterdrieblad
(Menyanthes trifoliata).
Deze prachtige plant is familie van de watergentiaan.
Waterdrieblad
is een zeldzame plant die in Nederland beschermd is.
De moerasplant groeit op veen- en zandgrond, laagland en
moerassige gronden.
De plant bloeit vroeg in de lente met witte bloemen in
het heldere vijverwater.
De stengels zijn kruipend of ze wortelen onder water.
Als ze het naar hun zin hebben, zullen ze niet nalaten
te woekeren, maar de stengels zijn zeer breekbaar, dus
gemakkelijk te verwijderen als de plant te groot wordt.

Breedbladige Wespenorchis
(Epipactis
helleborine)
Aan
de stengels van deze bosbewonende orchidee zitten heel
veel bloemen.
Soms bestaat de bloeiwijze
uit bijna 100 bloemen. De kleur van de onderste lip kan
groen tot roodpaars zijn. De bladeren zijn tamelijk breed
maar kunnen ook erg lang worden.
Deze orchideesoort bloeit erg
laat in de zomer. Meestal vanaf half juli.
Of inheemse
orchideeën thuis horen in een Oosterse tuin? In elk geval
wil ik ze niet missen, want enkele ervan heb ik al
tientallen jaren
in mijn bezit en zijn dus ook bij de verhuizing meegegaan.
Al heel wat inheemse planten heb ik weggedaan toen ik over
ging op de Oosterse sfeer in mijn tuin, maar de
orchideeën, klokjesgentiaan, bosanemoon, zonnedauw en het waterdrieblad blijven staan.
Meer over mijn orchideeën kunt u lezen op de speciale
Orchideeënpagina.
|
Wilt u meer zien van onze tuin, bonsai of vijver? Klik dan op
één van onderstaande foto's.
|

PLANTEN |

KOI |

BONSAI |

ELEMENTEN |

MOS |

STENEN |

GASTENBOEK |

MAIL |

HOME |
|
|
|
|
|
|
|
disclaimer
& copyright |
|